Wie nog maar een paar jaar voor zijn pensioen staat, kan zich afvragen of het nog zin heeft om geld in een lijfrente te storten. De periode waarin het geld kan groeien door rente of beleggingsrendement is immers relatief kort. Heeft een lijfrente dan nog wel voldoende voordeel als u bijna met pensioen gaat?
Ook in de laatste jaren voor uw pensioen kan een lijfrente fiscaal interessant zijn. Het mogelijke voordeel hoeft namelijk niet alleen uit het rendement op uw spaargeld of beleggingen te komen. Een belangrijk mogelijk voordeel is het verschil tussen de belastingdruk waartegen u de inleg nu kunt aftrekken en de belastingdruk die u later over de uitkeringen betaalt. Bovendien kunt u de belasting die u door een storting bespaart mogelijk opnieuw inleggen.
Hoe werkt een lijfrente?
Met een lijfrente zet u geld opzij als aanvulling op uw pensioen. Heeft u voldoende jaar- of reserveringsruimte, dan kunt u uw storting onder voorwaarden aftrekken van uw inkomen. Het geld wordt vervolgens gespaard of belegd. Later ontvangt u periodieke lijfrente-uitkeringen, waarover u inkomstenbelasting betaalt.
Als uw pensioen nog ver weg is, heeft het geld veel tijd om te groeien. U kunt rendement behalen over uw inleg en vervolgens weer rendement over eerder behaald rendement. Dit rendement-op-rendement-effect kan over een langere periode een belangrijk onderdeel zijn van de vermogensopbouw.
Belastingvoordeel vlak voor uw pensioen
Dat belastingvoordeel is niet simpelweg de belasting die u door de storting nu terugkrijgt. Over uw lijfrente-uitkeringen betaalt u later namelijk weer belasting. Een belangrijk mogelijk voordeel is het verschil tussen de belastingdruk waartegen u de inleg nu kunt aftrekken en de belastingdruk die u later over de uitkeringen betaalt.
Rond deze leeftijd is er gemiddeld een aanzienlijk spaarsaldo. Huishoudens met een hoofdkostwinner tussen 55 en 65 jaar hebben gemiddeld circa € 73.800 aan bank- en spaartegoeden.(bron: Knab).
Tegelijkertijd kan er fiscale ruimte zijn: de jaarruimte kan in 2026 oplopen tot € 35.589 en de reserveringsruimte tot maximaal € 42.753. (bron: Belastingdienst). Hoeveel u daadwerkelijk kunt én wilt inleggen, hangt af van uw persoonlijke situatie.
Heeft u daarnaast vermogen in box 3, dan kan een lijfrentestorting nog een ander fiscaal effect hebben. Geld dat binnen een fiscaal kwalificerende lijfrente wordt aangehouden, behoort in beginsel niet tot uw vermogen in box 3. Of dit voor u daadwerkelijk voordeel oplevert, hangt onder meer af van de hoogte en samenstelling van uw vermogen.
Rond de AOW-leeftijd kan het verschil in belastingdruk groot zijn. De belastingtarieven in 2026 laten dit goed zien (bron: Belastingdienst):
Belastbaar inkomen | Vóór AOW | Na AOW* |
t/m € 38.883 | 35,75% | 17,85% |
€ 38.883 – € 78.426 | 37,56% | 37,56% |
boven € 78.426 | 49,50% | 49,50% |
U hoeft daarbij niet in de hoogste belastingschijf te zitten om uw inleg tegen een relatief hoge belastingdruk af te trekken. Door de invloed van heffingskortingen kan de daadwerkelijke belastingdruk bij bepaalde inkomens hoger zijn dan alleen uit het belastingtarief in de tabel blijkt. In ons eerdere artikel over het marginale belastingtarief leggen we uit hoe dit werkt.
Hoe groot het belastingvoordeel uiteindelijk is, hangt af van de belastingdruk bij uw inleg én de belastingdruk over uw lijfrente-uitkeringen tijdens uw pensioen.
Hoe werkt dit belastingvoordeel?
Stel: u gaat over vijf jaar met pensioen. Voor dit vereenvoudigde voorbeeld gaan we ervan uit dat u uw volledige inleg nu kunt aftrekken tegen 37,56% en dat de lijfrente-uitkeringen later volledig binnen de eerste belastingschijf na AOW vallen en tegen 17,85% worden belast.
Het verschil tussen beide tarieven bedraagt in dit vereenvoudigde voorbeeld 19,71%.
Inleg | Belastingbesparing nu | Belasting later | Belastingvoordeel |
€ 10.000 | € 3.756 | € 1.785 | € 1.971 |
€ 20.000 | € 7.512 | € 3.570 | € 3.942 |
€ 30.000 | € 11.268 | € 5.355 | € 5.913 |
Bij een inleg van € 20.000 krijgt u in dit voorbeeld € 7.512 terug via de belasting. Maar dat bedrag is niet hetzelfde als uw uiteindelijke belastingvoordeel: later betaalt u in dit voorbeeld € 3.570 belasting over de uitkeringen. Het daadwerkelijke voordeel bedraagt daardoor € 3.942.
Dit is een vereenvoudigd voorbeeld. In werkelijkheid hangt het belastingvoordeel onder andere af van uw inkomen vóór en na pensionering, uw beschikbare jaar- en reserveringsruimte, heffingskortingen en de belastingregels op het moment van uitkeren.
Uw belastingteruggave opnieuw inleggen
Heeft u in het betreffende jaar voldoende jaar- of reserveringsruimte, dan kunt u de belastingteruggave opnieuw in uw lijfrente storten. Stel dat u vijf jaar voor uw pensioen begint met € 20.000 en iedere belastingteruggave, voor zover daarvoor voldoende fiscale ruimte beschikbaar is, opnieuw inlegt:
Jaar | Inleg | Belastingteruggave (37,56%) |
Jaar 1 | € 20.000 | € 7.512 |
Jaar 2 | € 7.512 | € 2.821 |
Jaar 3 | € 2.821 | € 1.060 |
Jaar 4 | € 1.060 | € 398 |
Jaar 5 | € 398 | € 149 |
Totaal ingelegd | € 31.791 |  |
Met een oorspronkelijke inleg van € 20.000 heeft u zo in vijf jaar ongeveer € 31.791 in uw lijfrente gestort. Over iedere storting gaan we er in dit vereenvoudigde voorbeeld van uit dat deze volledig aftrekbaar is tegen 37,56%.
Als we aannemen dat de latere uitkeringen volledig tegen 17,85% worden belast, betaalt u over die € 31.791 ongeveer € 5.675 belasting. Netto resteert dan circa € 26.116. U bent begonnen met € 20.000 eigen geld. Het verschil van € 6.116 laat zien wat het herhaald benutten van het belastingverschil in dit vereenvoudigde voorbeeld kan opleveren.
Vergeet de rente niet
Naast het mogelijke fiscale voordeel kan uw inleg ook rente of beleggingsrendement opleveren. Voor dit rekenvoorbeeld gaan we voor de eerste storting van € 20.000 uit van 2,55% rente gedurende vijf jaar. Voor de belastingteruggaven die jaarlijks opnieuw worden ingelegd, rekenen we met 1,7% variabele rente.
De daadwerkelijk beschikbare rente verschilt per aanbieder en product en kan in de toekomst wijzigen.
Na vijf jaar is de totale inleg van circa € 31.791 in dit rekenvoorbeeld door rente gegroeid tot ongeveer € 35.188. Als we aannemen dat over de latere uitkeringen 17,85% belasting wordt betaald, resteert na belasting circa € 28.907. U bent begonnen met € 20.000 eigen geld. Het verschil bestaat in dit voorbeeld uit het belastingvoordeel én de ontvangen rente.
Ook tijdens de uitkeringsfase kan het nog niet uitgekeerde bedrag, afhankelijk van de gekozen lijfrentevorm, rente of rendement blijven opleveren.
U kunt binnen een lijfrente ook kiezen voor beleggen. Daarmee heeft u kans op een hoger rendement, maar ook op waardedalingen. Hoe korter de periode tot uw pensioen, hoe minder tijd er doorgaans is om eventuele koersdalingen te herstellen.
Wat betekent dit voor u?
De voorbeelden in dit artikel zijn vereenvoudigd. Of een lijfrente kort voor uw pensioen voor u interessant is, hangt af van uw persoonlijke situatie. Daarbij spelen onder andere uw inkomen nu, uw pensioenaangroei, uw verwachte pensioeninkomen, uw vermogen en eventueel niet-benutte jaarruimte uit eerdere jaren een rol.
Een adviseur van Advitas kan dit vrijblijvend en kosteloos voor u doorrekenen. Zo krijgt u inzicht in hoeveel u kunt inleggen, wat dit nu fiscaal betekent en hoeveel belasting u naar verwachting later over de uitkeringen betaalt. Daarna kunt u zelf bepalen of een lijfrente voor u interessant is.
Vrijblijvend adviesgesprek
Wilt u weten wat een lijfrentestorting kort voor uw pensioen in uw situatie kan opleveren? Tijdens een vrijblijvend en kosteloos gesprek brengt een adviseur van Advitas uw mogelijkheden in kaart.
U krijgt onder andere inzicht in uw beschikbare jaar- en reserveringsruimte, het belastingeffect van een storting en de verwachte belasting over uw latere lijfrente-uitkeringen.
Plan een vrijblijvend en kosteloos gesprek met een adviseur van Advitas. Laat eenvoudig uw gegevens achter via de afspraakknop op deze pagina. Wij nemen vervolgens contact met u op om een vrijblijvend online adviesgesprek in te plannen.
Liever direct een afspraak maken? Bel ons dan op 072 – 303 48 25.